Gepast betalen
Veel mensen die slechter gaan zien, hebben moeite met het vinden van de juiste muntstukken bij het betalen. In de praktijk komt het er vaak op neer, dat de hulp van het winkelpersoneel moet worden ingeroepen. Toch zijn er mogelijkheden om ook hier zelfstandig in te blijven.
Als je de muntstukken niet meer visueel kunt waarnemen, kan je ze ook op het gevoel onderscheiden. De munten zijn zowel in grootte als aan de randen verschillend van elkaar. Die randen zijn goed voelbaar met je nagels.
Hieronder volgen de kenmerken:
- 1 cent is het kleinste muntje en de rand is geheel glad.
- 2 cent is iets groter en de rand is rondom voorzien van een gleuf.
- 5 cent is weer iets groter en de rand is geheel glad.
- 10 cent is kleiner dan het muntstuk van 5 cent en de rand heeft grove kartels.
- 20 cent is groter dan het muntstuk van 10 cent en de rand heeft zeven kleine inkepingen en voor de rest is de rand glad.
- 50 cent is groter dan het muntstuk van 20 cent en de rand heeft grove kartels.
- € 1,00 is iets kleiner dan het muntstuk van 50 cent en de rand is voorzien van fijne onderbroken kartels.
- € 2,00 is het grootste muntstuk en de rand is voorzien van fijne ononderbroken kartels.
De bankbiljetten hebben geen voelbaar herkenningsteken. Toch zijn ze verschillend van grootte, zowel in lengte als in breedte. Je kunt natuurlijk zelf ook een kenmerk aan een biljet geven, door de biljetten ieder op een speciale manier op te vouwen. Geef ze ieder een eigen plek in je portemonnee. Uiteindelijk gaat het maar om vier biljetten. Het biljet van
€ 100, € 200 en € 500 kom je zelden tegen.
Ook kun je thuis je portemonnee ordenen, zodat je in de winkel weet waar je naar moet grijpen. Het muntwisselgeld dat je terug krijgt, kun je in een jaszak steken en thuis weer sorteren.
Ga naar boven
